Get the Flash Player to see this player.

de VNF site

 
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Please update your Flash Player to view content.

Home

Belastingplan 2012: alle fiscale maatregelen op rij

KoffertjeDe automotive fiscalisten van Loyens & Loef hebben voor (zakelijk) autorijdend Nederland alle (nieuwe) belastingplannen helder op rij gezet. Daarin opgenomen ook voorstellen van wetswijzigingen die zijn opgenomen in het Belastingplan 2012, maar ook daadwerkelijke fiscale maatregelen die vcolgend jaar ingaan.

 

 

 




Samenvatting maatregelen BPM, MRB en bijtelling LB/IB BPM

-         De CO2-schijfgrenzen worden jaarlijks per 1 januari neerwaarts bijgesteld (in 2012 per 1 juli). Tot 1 juli 2012 is de tariefstructuur zoals beschreven in het Belastingplan 2011 van toepassing. In dit wetsvoorstel worden de CO2-schijfgrenzen voor de jaren tot en met 2015 vastgelegd.

-         De CO2-grenzen voor benzine en diesel groeien langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015.

-         De vaste dieseltoeslag wordt met ingang van 1 juli 2012 vervangen door een CO2-gerelateerde dieseltoeslag. Deze toeslag wordt dan ook met ingang van die datum verschuldigd en zal tot en met 2015 jaarlijks worden bijgesteld.

 

 

 

MRB

-         De vrijstelling van de MRB voor zeer zuinige auto’s vervalt per 1 januari 2014 voor zowel nieuwe als bestaande personenauto’s. Hierdoor zal de MRB vanaf 2014 alleen nog op gewicht gebaseerd zijn.

-         Tot 1 januari 2014 gelden de huidige CO2-vrijstellingsgrenzen (benzine 110 gr/km, diesel 95 gr/km).

-         Personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km zullen tot en met 2015 worden vrijgesteld.

 

BIJTELLING LB/IB

-         Tot 1 juli 2012 blijven de huidige CO2-grenzen voor het 14%-bijtellingspercentage en het 20%-bijtellingspercentage van toepassing.

-         Deze grenzen worden jaarlijks per 1 januari voor het 14%-tarief en het 20%-tarief neerwaarts bijgesteld (in 2012 per 1 juli). In dit wetsvoorstel wordt dit voor de jaren tot en met 2015 vastgelegd.

-         De CO2-grenzen voor benzine en diesel groeien langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015.

-         De grens voor het 14%-bijtellingspercentage blijft overeenkomen met de vrijstellingsgrens in de BPM. Het 20%-bijtellingspercentage is uiteindelijk in 2015 van toepassing op alle auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 110 gr/km.

-         Auto’s houden een verlaagd bijtellingspercentage voor een periode die gelijk is aan de gebruikelijke leaseperiode, rekenend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Aan het eind van een periode wordt bekeken of de auto tegen de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt.

-         Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de periode 1 januari 2012 tot en met 2015 worden aangeschaft, geldt gedurende de gebruikelijke leaseperiode een bijtellingspercentage van nihil.

 

BPM tarieven per 1 juli 2012

De BPM tarieven worden met ingang van 1 juli 2012 als volgt gewijzigd:

 

 

De belasting voor een personenauto wordt bepaald aan de hand van de volgende tabellen. Bij een CO2-uitstoot van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven anders dan door een motor met compressieontsteking, het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat

 

 

I

-

102 gram/km

159 gram/km

237 gram/km

242 gram/km

II

102

159

237

242

-

III

0

0

€ 5 757

€ 15 195

€ 16 310

IV

0

€ 101

€ 121

€ 223

€ 559

 

 

Bij een CO2-uitstoot van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting voor een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2-uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2-uitstoot te boven gaat

 

 

I

-

91 gram/km

143 gram/km

211 gram/km

225 gram/km

II

91

143

211

225

-

III

0

0

€ 5 252

€ 13 480

€ 16 602

 

IV

0

€ 101

€ 121

€ 223

€ 559

 

Het bedrag van de belasting wordt op grond van de tabel verhoogd met 11,1 percent van de netto catalogusprijs en:

a.   verminderd met € 450; of

b.   in geval van een personenauto die wordt aangedreven door een motor met een compressieontsteking vermeerderd met een bedrag van € 40,68 per gram/km CO2-uitstoot boven de 70 gram/km CO2-uitstoot


 

 

 

Accijnstarief LPG

 

Het accijnstarief voor vloeibaar gemaakt petroleumgas (LPG) zal in twee stappen worden verhoogd met in totaal € 50 per 1000 kg, de eerste stap van € 25 met ingang van 1 januari 2012. De tweede stapsgewijze verhoging van € 25 zal worden ingevoerd met ingang van 1 januari 2013.

 

 

 

Daarnaast wordt het tarief in de energiebelasting voor aardgas dat via een aansluiting aan een CNG-vulstation wordt geleverd, in twee stappen verhoogd tot € 0,16 per kubieke meter. De eerste stap van € 0,0642 per kubieke meter met ingang van 1 januari 2012, de tweede stap van € 0,064 per kubieke meter met ingang van 1 januari 2013.

 

 

 

Teruggaaf accijns biobrandstof

 

De mogelijkheid tot gedeeltelijke teruggaaf van accijns zal worden beperkt tot motorbrandstoffen die een hoeveelheid biobrandstof bevatten die meer bedraagt dan het in richtlijn nr. 2009/28/EG5 genoemde percentage van het energieverbruik in het vervoer dat in 2020 afkomstig moet zijn van hernieuwbare bronnen, te weten 10% op basis van energie-inhoud.

 

 

 

Afschaffing korting jaarbetaling MRB

 

De korting voor vooruitbetaling van MRB bedragende € 3 per vooruitbetaald kwartaal wordt afgeschaft.

 

 

 

BPM Toepassing forfaitaire tabel in binnenlandse situaties

 

In het verleden werd bij import van gebruikte motorrijtuigen de verschuldigde BPM in beginsel vastgesteld aan de hand van een forfaitaire afschrijvingstabel. Voor binnenlandse situaties werd bij deze regeling aangesloten, bijvoorbeeld voor het berekenen van een bijzondere teruggaaf voor een gebruikte auto of voor het berekenen van de verschuldigde belasting als niet langer werd voldaan aan de voorwaarden van een eerder verleende vrijstelling of teruggaaf.

 

 

 

Ingevolge Europese jurisprudentie is echter sinds 2007 de forfaitaire afschrijvingstabel optioneel. Hoofdregel is sindsdien de eerder al optioneel mogelijk gemaakte aangifte naar de individuele waarde van het motorrijtuig. Daarmee kan desgewenst voor iedere uit een ander land afkomstige auto rekening worden gehouden met de voor die auto geldende individuele afschrijving. Hiermee is getracht te waarborgen dat de BPM voor een motorrijtuig uit een andere lidstaat niet meer bedraagt dan de BPM die nog drukt op een vergelijkbaar motorrijtuig dat vanaf het begin in de BPM-heffing is betrokken.

 

 

 

BPM Vergunning aangifte per tijdvak

 

Ondernemers die regelmatig voor een ander om een kenteken vragen, kunnen op verzoek in aanmerking komen voor een vergunning om de belasting achteraf per tijdvak te voldoen. Deze vergunning wordt zowel verleend aan importeurs van nieuwe auto’s als aan importeurs van gebruikte auto’s. Onderzocht is in hoeverre de vergunning mede kan gelden voor gebruikte auto’s waarvoor de afschrijving wordt bepaald op grond van een individuele waardering van de auto.

 

 

 

Naar zijn aard leent de vereenvoudigde aangifteregeling zich niet zonder meer voor een individuele waardering per auto. De vergunninghouder doet achteraf aangifte, waardoor een controle van het aangegeven bedrag aan de hand van de staat van de individuele auto vaak niet meer mogelijk is. Anderzijds is denkbaar dat een ondernemer de bedrijfsvoering en administratie zodanig inricht, dat auto’s waarvoor de afschrijving individueel is bepaald zonder noemenswaardige controletechnische bezwaren kunnen worden meegenomen in de aangifte per tijdvak. Om te verzekeren dat de inspecteur in dergelijke situaties voldoende maatwerk kan leveren, zal expliciet in de Uitvoeringsregeling BPM worden opgenomen dat de inspecteur ter zake nadere voorwaarden en beperkingen kan stellen. De vergunning zal daarbij voor gebruikte auto’s beperkt kunnen worden tot auto’s waarvoor aangifte wordt gedaan met toepassing van de forfaitaire afschrijvingstabel.

 

 

 

BPM-heffing omgebouwde motorrijtuigen

 

De BPM is niet alleen verschuldigd bij eerste registratie van een personenauto, een motorrijwiel of een bestelauto, maar ook bij registratie van, of aanvang van het gebruik van de weg met, een eerder geregistreerd motorrijtuig dat daarna is omgebouwd tot personenauto, motorrijwiel of bestelauto. Daarbij kan het voorkomen dat voor het motorrijtuig al eerder BPM is betaald. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als een bestelauto van een particulier of een motorrijwiel zodanig wordt veranderd, dat het voor de toepassing van de Wet BPM een personenauto wordt.

 

 

 

In de Wet BPM wordt een regeling opgenomen waardoor de eerder voor een motorrijtuig betaalde belasting zodanig wordt verrekend, dat per saldo alleen het meerverschuldigde bedrag van de BPM wordt geheven

 

 

 

BPM Buitenlandse leaseauto’s

 

Voor auto’s die vanuit een andere lidstaat ter beschikking worden gesteld aan een inwoner van Nederland, is de BPM verschuldigd vóór de aanvang van het gebruik van de weg in Nederland. Bij beëindiging van het gebruik in Nederland wordt onder voorwaarden teruggaaf verleend van het gedeelte van de belasting dat kan worden toegerekend aan de periode na beëindiging van het gebruik in Nederland. De wet maakt hierbij geen verschil tussen niet-zakelijke situaties en zakelijke situaties waarbij de duur van de overeenkomst, en daarmee de gebruiksperiode in Nederland, vooraf kenbaar is aan de hand van de huur- of leaseovereenkomst.

 

 

 

Ingevolge een uitspraak van het HvJ EU moet echter bij de berekening van de verschuldigde belasting voor een in een andere lidstaat geregistreerd en gehuurd voertuig rekening worden gehouden met de gebruiksduur van het Nederlandse wegennet. Vooruitlopend op wetgeving is daarom in de uitvoeringssfeer goedgekeurd, dat voor een in andere EU-lidstaat of EER-staat geregistreerde leaseauto onder voorwaarden al direct bij de aangifte BPM de teruggaaf bij export wordt verrekend. Per saldo wordt dan alleen de BPM betaald die betrekking heeft op de gebruiksperiode in Nederland. Deze goedkeuring wordt nu vervangen door een vergelijkbare wettelijke regeling.

 

 

 

MRB Houderschapssystematiek autobussen

 

De motorrijtuigenbelasting wordt voor personenauto’s, bestelauto’s, motorrijwielen, en sinds 1 juli 1997 ook voor vrachtauto’s, geheven ter zake van het houden van het motorrijtuig. Voor autobussen wordt de belasting echter tot op heden geheven ter zake van het rijden op de weg met een autobus. Deze situatie is uit oogpunt van het streven naar vermindering van administratieve lasten en doelmatigheid van belastingheffing niet wenselijk. Per 1 januari 2012 zal de MRB ter zake van autobussen daarom ook worden gebaseerd op het houderschap.

 

 

 

MRB Minimumbedrag teruggaaf en heffing bij kort tijdvak

 

Het tijdvak waarover de motorrijtuigenbelasting wordt geheven is een periode van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van eerste tenaamstelling van het kenteken van een motorrijtuig. Wanneer in de loop van het individuele tijdvak de tenaamstelling van een kenteken wordt gewijzigd of het kenteken wordt geschorst of ontschorst, is door de houder over een deel van het tijdvak teveel of nog geen belasting betaald. De belasting over zo’n kort tijdvak wordt dan teruggegeven  respectievelijk alsnog geheven. Voor de teruggaaf in deze situatie is in de wet een minimumdrempel opgenomen. Bedragen van € 5 en minder worden niet teruggegeven. Deze

 

drempel geldt voor het belastingbedrag inclusief eventuele provinciale opcenten.

 

 

 

MRB Minimumbedrag heffing bij tariefwijzigingen

 

Wijzigingen van de tarieven van de motorrijtuigenbelasting gelden met ingang van het eerste (driemaands)tijdvak dat aanvangt na de inwerkingtreding van de wijziging. Het tijdvak wordt gerekend vanaf de datum van eerste tenaamstelling van het kenteken. In de loop van het eerste kwartaal na de tariefaanpassing gaat het nieuwe tarief dus voor alle motorrijtuigen gelden. Wanneer een belastingplichtige voor een jaar vooruit heeft betaald, wordt voor nog niet aangevangen tijdvakken een correctie toegepast. Bij een verlaging van het verschuldigde bedrag wordt het verschil teruggegeven. Bij een verhoging vindt een aanvullende betaling plaats. De Wet MRB voorziet daarbij voor de teruggaafsituatie in een minimumdrempel. Bedragen van € 10 en minder worden niet terugbetaald.

 

 

 

BTW Auto van de zaak

 

Het wetsvoorstel bevat de wijzigingen die in juni van dit jaar als reparatiemaatregel zijn aangekondigd. Met ingang van 1 juli 2011 kunnen aftrekgerechtigde ondernemers de btw op autokosten in aftrek brengen. Maar als een auto van de zaak kosteloos in gebruik wordt gegeven voor privédoeleinden van de ondernemer of een werknemer, wordt het werkelijke privégebruik belast als een (fictieve) dienst. In tegenstelling tot daarvoor wordt woon- werkverkeer in dit kader als privégebruik gezien.

 

 

 

Voor de fictieve dienst wordt de belaste vergoeding gesteld op het privéaandeel in het totale gebruik x de autokosten. Vanaf 2012 omvatten deze alle uitgaven voor de auto, waaronder ook de directe verbruikskosten, zoals brandstofkosten.

 

 

 

In een eerder beleidsbesluit was al goedgekeurd dat de btw die is verschuldigd over de fictieve dienst mag worden berekend via een forfait van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM). Over de toekomstige toepassing van het forfait en een eventuele opname ervan in de wet, wordt overleg gevoerd met de Europese Commissie en het georganiseerde Nederlandse bedrijfsleven.

 

 

 

Nieuw in het wetsvoorstel is een corrigerende heffing voor auto’s die niet kosteloos in gebruik worden gegeven, maar tegen een vergoeding die lager is dan de ‘normale waarde’. In die situaties vindt met terugwerkende kracht tot 1 juli 2011 heffing van btw plaats over het verschil tussen de lagere en de normale waarde.  De normale waarde is het bedrag dat voor het gebruik betaald zou moeten worden aan een onafhankelijke leverancier. Bij het vaststellen van de normale waarde moet rekening worden gehouden met de verhouding tussen privé en zakelijke kilometers, zodat vaste kostencomponenten slechts voor het privéaandeel in het totale autogebruik in de btw-heffing worden betrokken. In een nog te nemen beleidsbesluit zal worden goedgekeurd dat in plaats van btw-heffing over de normale waarde, het hiervoor genoemde forfait van 2,7% van de catalogusprijs ook in deze situatie toegepast mag worden.

 

 

 

Voor een overzicht van de btw-regels en mogelijkheden ten aanzien van auto’s van de zaak voor periodes vóór 1 juli 2011, verwijzen wij naar onze eerdere berichtgevingen van 16 juni en 1 juli 2011.

 

 

 

Loonbelasting Bestelauto

 

Per 1 januari 2012 wordt een “verklaring uitsluitend zakelijk gebruik” voor de bestelauto geïntroduceerd. Naar verwachting wordt hiervoor een digitaal formulier door de belastingdienst ontwikkeld. Met deze verklaring blijft bijtelling voor privégebruik achterwege. Het is niet noodzakelijk een kilometeradministratie bij te houden. Bij gebleken misbruik worden vergrijpboetes opgelegd. De boete bedraagt maximaal 100% van het bedrag van de verschuldigde belasting.

 

 

 

Belasting zware motorrijtuigen

 

De Wet belasting op zware motorrijtuigen wordt per 1 januari 2013 ingetrokken. Het Eurovignet voor gebruik in Nederland wordt daarmee afgeschaft.

Reacties (0)
 

Please update your Flash Player to view content.

Aanmelden

Inlog Statistiek

Er zijn/is 10 gasten online

Nieuwsbrief