deVNF: Alle Mobiliteitsthema's

Het plaatsen van een laadpaal in of bij de woning van een werknemer met een auto van de zaak, wordt geacht deel uit te maken van de terbeschikkingstelling van de auto. Deze ‘goedkeuring’ blijkt uit een besluit van eind deze maand door de staatssecretaris van Financiën.

Volgens AMD Automotive Fiscalisten is het in de praktijk niet altijd duidelijk hoe fiscaal moet worden omgegaan met de kosten van het laden van (semi)elektrische auto’s. Daarom zijn er nu enkele ‘fiscale goedkeuringen’.

laadpaal_brabantEen laadpaal blijft dus buiten de bijtelling. Ook als de werknemer een vergoeding krijgt van zijn werkgever voor zelf gemaakte kosten voor het plaatsen van de laadpaal.

Als er geen sprake is van een bijtelling omdat de auto van de zaak aantoonbaar voor niet meer dan 500 privékilometers per jaar wordt gebruikt, wordt ook de laadpaal geacht voor zakelijk gebruik te zijn bedoeld.

Kosten van een meter

Voor de elektriciteitskosten mogen werkgever en werknemer overeenkomen dat de werknemer de feitelijk verbruikte elektriciteit voor de auto van de zaak tegen kostprijs doorlevert aan de werkgever. Ook de kosten van een meter om het feitelijke verbruik te kunnen vaststellen, behoren dan tot die kostprijs. Zo’n overeenkomst levert dan geen belast loon op voor de werknemer.

Als een werkgever een laadpaal betaalt voor een eigen auto van de werknemer is de goedkeuring niet van toepassing. In dat geval kan de werkgever niet meer onbelast vergoeden dan 19 eurocent per zakelijke kilometer. De kosten voor de elektriciteit zijn dan inbegrepen in de onbelaste vergoeding.

Voor ondernemers met een (semi)elektrische auto kunnen de met de oplaadvoorziening samenhangende kosten bij hun winstbepaling in aanmerking nemen. Ook voor hen geldt dat de forfaitaire bijtelling hierdoor niet hoger wordt, aldus AMD Automotive Fiscalisten